Zuhal Demir reageert razend op nieuwe kritiek op haar beleid als minister van Onderwijs. Vooral haar focus op Nederlands komt onder vuur. Wat is daar mis mee?
Zuhal Demir wil als minister van Onderwijs vooral inzetten op kennis van het Nederlands, maar onderwijsexperts kijken daar bijzonder sceptisch naar en vinden ze zelfs ronduit stigmatiserend voor leerlingen met een migratieachtergrond. Hoe reageert de politica op die kritiek?
“Wat hadden we dan moeten doen? Alles op zijn beloop laten? Vandaag zijn allochtone leerlingen sterk oververtegenwoordigd in technische en beroepsopleidingen. Dat zijn heel waardevolle richtingen en we hebben die in onze samenleving ook echt nodig.” Al is één ding duidelijk…
“Maar het is niet normaal dat er in verhouding zo veel jongeren met een andere thuistaal dan het Nederlands in terechtkomen. Dat geldt trouwens ook voor het buitengewoon onderwijs: daar is liefst 60 procent allochtoon.” Demir laat een scherpe uitspraak noteren…
“Als dat niet stigmatiserend is”, weerlegt Zuhal Demir fijntjes de kritiek van de ‘onderwijsexperten’. En dan wil het boegbeeld van N-VA er nog één punt aan toevoegen…
“Bovendien weten we ondertussen dat taalachterstand juist schooluitval in de hand werkt. In een tijd waarin 27 procent van onze leerlingen thuis geen Nederlands spreekt, moeten we dus wel ingrijpen”, benadrukt Zuhal Demir in Knack. De oplossing is logisch…
“Daarom hebben we beslist om kinderen die niet goed Nederlands spreken vanaf de eerste kleuterklas drie uur per week in kleine groepjes extra taallessen te laten volgen.” Maar daar stopt het niet…
“In de lagere school voeren we dan weer taalheldklassen in voor wie pas in Vlaanderen is aangekomen en geen woord Nederlands verstaat.” En dat geld niet enkel voor allochtone leerlingen…
“Dat geldt trouwens ook voor Franstalige leerlingen in de Vlaamse Rand: als ze geen Nederlands spreken, dan krijgen ze eerst een taalbad”, onthult Zuhal Demir in Knack. En wat kan er nu mis zijn met inzetten op kennis van het Nederlands?
