Wie met Conner Rousseau over politiek wil praten, vindt altijd een gretige gesprekspartner, maar over zijn privéleven praat de politicus liever niet. En dan komt Rousseau met een opvallende onthulling…
Conner Rousseau praat niet graag over zijn privéleven en zeker over zijn liefdesleven laat hij niet graag iets los. Maar tijdens een openhartig interview komt de politicus met een opvallende bekentenis…
Thomas Siffer polst in Het Nieuwsblad waarom hij zolang geheimhield dat hij voor mannen viel. Conner Rousseau legt uit waarom hij zolang in de kast bleef…
“Jullie vinden dat oké dat ik g-a-y ben. Dat geloof ik. Maar ikzelf vond dat lange tijd níét oké”, verduidelijkt Conner Rousseau in Het Nieuwsblad. En dan volgt er een openhartige bekentenis…
“Dus loog ik tegen mezelf. Iedereen mocht over mij roddelen dat ik h-o-m-o was, zolang ik maar ook mijzelf kon wijsmaken dat het níét was.” En dan volgt er een duidelijke uitspraak…
“Het is een beetje stom dat we er hier en nu over praten. Eigenlijk zou het geen onderwerp mogen zijn”, legt Thomas Siffer voor aan Conner Rousseau. En die pakt uit met een duidelijke vergelijking…
“Juist. Jullie zijn er nooit voor moeten uitkomen dat jullie hetero zijn. Ik heb dat wel moeten doen. Tegen mijn zin.” Want één ding is duidelijk…
“Ik vocht tegen mezelf, he? Ik liet mezelf nooit toe echt en vrij te experimenteren, bijvoorbeeld als student. En ik werd ouder.” En dan volgt er een opvallende bekentenis…
“Mijn eerste echte ervaring met een man had ik pas op mijn 26ste. Tegen dan was mijn grootste angst: ‘Hij zal het vertellen aan de gazet.’ Ik sprak er dus met niemand over. Met niemand.” En dan moet Rousseau één ding bekennen…
“Ik werd voorzitter van s.pa en zat met een megageheim. Ik werd er paranoïde van”, geeft Conner Rousseau toe in gesprek met Thomas Siffer van Het Nieuwsblad. En zo leren we de man achter de politicus toch een beetje beter kennen…
