Jef De Smedt kruipt al sinds de start in 1991 in de huid van Jan Van den Bossche in Familie. In die begindagen was de acteur ook nog als magazijnier aan de slag bij groothandel Makro. Maar daar liep het uiteindelijk fout…
“Omdat ik een geëngageerd vakbondsman was, waren ze me op mijn werk liever kwijt dan rijk. Ik was bij het ACV aangesloten, hoewel ik een beetje als een linkse rakker werd beschouwd. Op mijn twintigste was ik al hoofddélégué”, klinkt het bij Jef De Smedt in Primo. Hoe liep het uiteindelijk fout?
Door zijn echtscheiding vroeg Jef De Smedt legde hij zijn mandaat in de ondernemingsraad neer, uit principiële redenen: “Ik vond dat ik daar niet meer kon functioneren omdat ik met dat verlof iets had verkregen wat anderen niet kregen.” Maar toen begon de miserie…
“Maar vanaf het moment dat ik stopte bij de vakbond was ik niet meer beschermd en heeft mijn baas me onmiddellijk gedegradeerd. Iedereen liet me op slag vallen. Ook de arbeiders. Dat deed echt pijn”, doet de Familie-acteur zijn verhaal in Primo.
Nochtans had hij als vakbondsman mooie dingen gerealiseerd, zoals de hospitalisatieverzekering en het extralegaal pensioen. “Ze hadden alles gekregen wat ze wilden, door mijn toedoen, maar een ‘merci’ kon er niet af. Ik vond dat zo unfair dat ik toen heb gezworen om nooit meer op een vakbondslijst te gaan staan”, doet Jef De Smedt zijn verhaal in Primo.
Al zou de acteur ook bij Familie uiteindelijk délégué worden en op een ACV-lijst gaan staan als vakbondsafgevaardigde.



